amukat gg6175 _6-6_1.png

Erkenning

De hier getoonde documenten getuigen van de lange erkenningsstrijd die de metissen nog steeds voeren. Als slachtoffers van segregationistische en discriminerende praktijken ondernemen metissen sinds lang actie om hun levensomstandigheden te verbeteren en hun stem te laten horen.

 

De implementatie van de "Resolutie-Metissen" dient erkenning te bieden en moreel en administratief herstel mogelijk te maken van de woelige geschiedenis die de metissen en hun families, evenals hun nakomelingen, hebben doorstaan.

Brief van twee jonge metissen aan de gouverneur-generaal van Belgisch-Congo en Ruanda-Urundi, 1958, Byimana, FOD Buitenlandse Zaken, GG

Al vroeg wendden metissen zich tot de koloniale administratie om verslag te doen over hun levenservaringen en informatie over hun identiteit of een oplossing voor hun (administratieve) problemen te bekomen.

 

De hier getoonde uittreksels uit brieven die vanuit België of Congo werden geschreven door jonge mannen die rond het begin van de 20e eeuw waren geboren, illustreren de acties die de metissen reeds honderd jaar geleden ondernamen. 

Op 18 februari 1927 richtte een jonge man uit Matadi zich tot de gerechtsdirecteur van Boma. In deze brief drukt hij uit dat hij zijn identiteitsdocumenten wenst op te vragen en geeft hij enkele redenen voor zijn verzoek.

«

Ik zou dan kunnen genieten van de voordelen die aan erkende mulatten worden toegekend, zoals een inschrijving in de Europese registers; het bezitten van een identiteitskaart in plaats van het boekje dat aan inwoners van de kolonie wordt uitgereikt ; vrijstelling van de belasting voor inlanders die ik sinds 1923 moet betalen ; terugvordering van mijn reeds betaalde belastingen ezv., en dat hierdoor mijn familie van dezelfde voordelen kan genieten. »

(Origineel Frans citaat) Brief van een man van gemengde afkomst aan de gerechtsdirecteur van Boma, Matadi, 1927, FOD Buitenlandse Zaken, GG, individueel dossier.

«

[...] Wij verlaten metissen, miskend door het ras van onze vaders en verstoten door dat van onze moeders, vestigen ons vertrouwen in U, Mijnheer de Gouverneur, om onze situatie te verbeteren. »

(Origineel Frans citaat) Brief van een man van gemengde afkomst aan de Gouverneur-generaal, Leopoldstad (Kinshasa), 1926, FOD Buitenlandse Zaken, GG, individueel dossier.

«

Sta mij toe u te zeggen, Mijnheer de Minister, dat mijn aanwezigheid in Antwerpen verborgen dient te blijven, ik sta in de weg. Noch mijn geboorteakte, noch de huwelijkspapieren van mijn adoptiefvader zijn in orde. Ik zal nooit weten wie ik ben, ik zal nooit mijn vader kennen, noch mijn echte moeder, want mijn adoptiefvader wil het mij niet vertellen. Zelfs niet op het stadhuis. Ik werd zonder wettelijke documenten in de bevolkingsregisters ingeschreven als "geadopteerde zoon van de familie Schmit". Ik ben dus zowel de zoon van mijn ooms als van mijn grootvader. Dit is absoluut absurd.»

(Origineel Frans citaat) Brief van een man van gemengde afkomst aan de Minister van Koloniën, Antwerpen, 1927, ARA2, PJ, individueel dossier. 

 
amukat gg6175 _5-6_1-V2_edited.png

Brief van twee jonge metissen aan de gouverneur-generaal van Belgisch-Congo en Ruanda-Urundi, 1958, Byimana, FOD Buitenlandse Zaken, GG.

In deze brief uit 1958 richten twee internen van de moniteursschool in Byimana, een instituut dat oudere jongens van gemengde afkomst uit het Save-instituut opnam, zich in het geheim aan de gouverneur-generaal van Ruanda-Urundi.

 

In dit bijzondere document doen enkele jonge metissen hun beklag over de mishandelingen die zij in het instituut ondergaan. De auteurs melden dat zij elke dag vóór 4 uur moeten opstaan om zwaar werk te verrichten, geen matras hebben om op te slapen en geen schoenen om hun voeten te beschermen. Ze klagen aan dat de directeur van het instituut hen ongelijk behandelt omdat ze metis zijn en zelfs onderling discrimineert. Het vergde ongetwijfeld veel moed van deze jongens om hun ongenoegen neer te pennen en hen tot de hoogste vertegenwoordiger van het koloniale gezag te richten. Hoe dan ook vormt het een bijzondere getuigenis van hun vastberadenheid om het onrecht dat hen werd aangedaan aan te klagen.

APPM_4640051_edited.png

Brief van de sociaal assistente van 'Association pour la promotion des mûlatres' aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken, 1973, Brussel, ARA2, APPM, individueel dossier.

Deze brief uit 1973 illustreert de administratieve wanorde en de soms absurde situatie waarin veel metissen zich na hun verplaatsing naar België in bevonden. In deze brief richtte de "Association pour la promotion des mulâtres" (APPM) zich op verzoek van twee jonge vrouwen van gemengde afkomst tot het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

 

Beide dames zijn geboren in Belgisch-Congo en wensten de Belgische nationaliteit te verwerven. Ze waren, in tegenstelling tot heel wat metissen, in het bezit van hun geboorteakte, maar als gevolg van de Zaïriseringspolitiek van president Mobutu werden de documenten niet langer aanvaard en moesten de vrouwen opnieuw een naamsverandering ondergaan.

 

Ook vandaag zien sommige metissen zich nog steeds geconfronteerd met de gevolgen van deze administratieve chaos. De implementatie van de Resolutie-Metissen moet hiervoor concrete oplossingen aanreiken.

22.JPG

Hoorzitting in de Senaat over "de kwestie van de metissen uit de periode van de Belgische kolonisatie in Afrika", 25 april 2017 © Kevin Oeyen - Belgische Senaat

Op 25 april 2017 vond in de Senaat een hoorzitting plaats over "de kwestie van de metissen uit de periode van de Belgische kolonisatie in Afrika". Deze dag vormde een hoogtepunt van de collectieve erkenningsstrijd van de metissen en leidde tot de aanname van de "Resolutie-Metissen", waaruit dit huidige onderzoeksproject is gevloeid. 

 

Verschillende metissen en nakomelingen van metissen brachten getuigenissen en er kwamen toedrachten van historici, archivarissen, juristen en antropologen. Daarnaast bad Monseigneur Bonny, bisschop van Antwerpen, excuses aan in naam van de Katholieke kerk.